persoonlijk - zakelijk - onroerend goed - advies - contact

Notariële Begrippen

Aanverwanten: de bloedverwanten van de ene echtgenoten of geregistreerde partner zijn de aanverwanten (zogenaamde aangehuwden) van de andere.

Akte: ondertekend (en gedagtekend) geschrift waarin feiten, handelingen, gebeurtenissen en/of verklaringen zijn vastgelegd; de akte dient als bewijs van datgene wat in de akte geschreven staat. Een authentieke akte is een akte opgemaakt door een daartoe bevoegd openbaar ambtenaar, zoals de notaris. Het exemplaar dat de notaris bewaart, heet de minuut (zie hierna). De notaris kan afschriften afgeven van alle authentieke akten die hij heeft opgemaakt. Een afschrift is de letterlijke weergave van de gehele inhoud; het wordt ondertekend door de notaris. Een bijzonde afschrift van de akte is de grosse (zie hierna).

Authentiek: door een daartoe bevoegd ambtenaar opgemaakt. Daartegenover staat ‘onderhands’ (zie hierna).

Bewind: onder bewindstelling van goederen van een meerderjarig persoon die door zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of blijvend niet in staat is zijn financiële belangen te behartigen. De rechter stelt het bewind in en benoemd een bewindvoerder. Ook een erflater kan bij testament een bewind instellen en een bewindvoerder benoemen.

Bloedverwanten: de personen die een gemeenschappelijke stamvader en/of gemeenschappelijke ‘stammoeder’ hebben.

Codicil: een met de hand geschreven, van een datum en handtekening voorziene wilsbepaling waarin een beperkt aantal zaken kan worden vastgelegd.

Comparanten: de personen die voor het opmaken van een authentieke akte persoonlijk verschijnen voor de notaris en de akte ondertekenen.

CTR: Centraal Testamentenregister: het register op alle in Nederland gemaakte testamenten; iedereen kan na overlijden nagaan of de overledene een testament heeft gemaakt en welke notaris dat bewaart.

Curatele: onder toezichtstelling; een meerderjarige die zijn belangen niet meer behoorlijk kan behartigen (b.v. wegens geestelijke stroornis). Kan door de rechter ‘onder curatele worden gesteld’: er wordt dan een ‘curator’ aangesteld voor de verzorging en het beheer van de goederen van de ‘curandus’, de onder curatele gestelde. De curandus kan niet langer vrij over zijn vermogen beschikken: hij behoeft steeds toestemming van de curator. Ook iemand die failliet gaat, krijgt een curator.

Erflater: degene die is overleden en enig bezit – geld, goederen (en schulden) – als erfenis achterlaat.

Erfgenamen: degenen die op grond van de wet of van een testament de erfenis verkrijgen, na aftrek van de eventueel gemaakte legaten.

Faillissement: de toestand waarin iemand heeft opgehouden te betalen, zijn schulden niet meer kan voldoen: de rechtbank spreekt het faillissement uit op verzoek van de schuldeisers. Er wordt door de rechtbank een beheerder (curator) benoemd die het vermogen van de failliet verklaarde afwikkelt, en alles zoveel mogelijk te gelde maakt om op die manier zoveel mogelijk schulden te kunnen voldoen.

Grosse: een afschrift van een authentieke akte met daarop de woorden: “In de naam der koningin”. Het heeft dezelfde kracht als een door de rechter uitgesproken vonnis.

Gunning: het gunnen, toewijzen na een bieding van een op een veiling ten verkoop aangeboden object. Wanneer een openbare verkoop van een object (b.v. een huis) wordt gehouden, moet de verkoper dan wel de veilende hypotheek houder het object nog aan de hoogste bieder toewijzen voordat de koop rond is.

Kadaster: het openbare register waarin alle onroerende zaken zijn vermeld. Het kadaster maakt onderdeel uit van de Rijksdienst van het Kadaster en de Openbare Registers. Met behulp van de kadastrale en openbare registers is het hele rechtsverkeer in onroerend goed te vinden, b.v. wie eigenaar is van een onroerende zaak, wie erfpachter is en welke hypotheken er rusten op een huis.

Legaat: geld of goed dat de overledene via een testament aan een bepaalde persoon of instelling heeft nagelaten.

Legataris: persoon of instelling die een legaat krijgt.

Legitimarissen: die erfgenamen, die volgens de wet recht hebben op een in de wet bepaald deel van de nalatenschap; de zogenaamde legitieme portie. Indien de erflater deze legitieme portie van de legitimarissen afneemt, bijvoorbeeld door een beschikking in een testament, kunnen de legitimarissen daartegen na zijn overlijden bezwaar maken. De kinderen van de erflater zijn diens legitimarissen. De echtgenoot is geen legitimaris.

Minuut: het origineel van de authentieke akte, dat de notaris bewaart.

Onderhands: zonder ambtelijke (notariële) tussenkomst; opgemaakt tussen partijen onderling.

Onroerend: onroerende zaken zijn voornamelijk grond en gebouwen met wat daaraan vast zit (‘aard- en nagelvast’).

Rechtspersoon: een organisatievorm die zelfstandig aan het rechtsverkeer deelneemt, b.v. stichting, vereniging, naamloze vennootschap en besloten vennootschap.

Registergoed: goed, dat niet van eigenaar kan wisselen zonder inschrijving in bepaalde registers, zoals gebouwen en bepaalde schepen of vliegtuigen.

Roerend: roerende zaken zijn verplaatsbare goederen.

Statuten: de grondregels van een rechtspersoon: zij bevatten de naam, het doel de plaats van vestiging, het kapitaal en nog vele andere regels met betrekking tot de zoggenaamde juridische structuur van een rechtspersoon.

Surseance van betalingen: opschorting van betaling; als een schuldenaar (iemand die aan anderen iets schuldig is) ziet dat hij niet al zijn schulden, die hij in een bepaalde periode moet betalen, kan voldoen maar verwachten dat na verloop van tijd zijn financiële situatie dat wel mogelijk zal maken, kan de rechter hem toestaan zijn schulden voorlopig niet te betalen. Surseance van betaling is altijd voorlopig; zij wordt of gevolgd door een regeling met de schuldeisers of door een faillissement.

Testament: een notariële akte waarin een erflater een regeling voor zijn erfenis treft die afwijkt van de wet.

Volmacht: de verklaring van iemand dat hij een ander de bevoegdheid geeft bepaalde (rechts)handelingen voor hem te doen; meestal schriftelijk.

Voogdij: de zorg voor de minderjarige en zijn geld en goederen, wanneer zijn beide ouders zijn overleden.

Vruchtgebruik: het recht om goederen die aan een ander (de hoofdgerechtigde) toebehoren, te gebruiken en daarvan de “vruchten” te genieten, bijvoorbeeld rente. Het vruchtgebruik eindigt bij de dood van de vruchtgebruiker (of eerder, als partijen dat zijn overeengekomen).

Denkt u eraan om bij een bezoek aan de notaris een geldig identiteitsbewijs mee te nemen: paspoort, rijbewijs, vreemdelingendocument, Europees identiteitsbewijs dan wel een gemeentelijk identiteitsbewijs of een toeristenkaart.
Met algemene notariële vragen kunt u terecht bij de Notaristelefoon: iedere werkdag van 9.00 uur tot 14.00 uur, 0900-3469393 (€ 0,25 per minuut).
Voor algemene notariële informatie kunt u ook terecht op de homepage van het notariaat op internet. www.notaris.nl
Hoewel de uiterste zorg is besteed aan de inhoud van deze brochure, aanvaardt de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie geen aansprakelijkheid voor. Onvolledigheid of onjuistheid, noch voor de gevolgen daarvan.

Home | Begrippenlijst | Sitemap | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Tel: 0548 - 374910

Begrippenlijst